Wat is mullivaikal
Wij zullen het niet vergeten De extreme wreedheid van de door de Singalese regering gepleegde genocide op de Tamils kwam aan het licht op 18 mei 2009. En officieel einde aan de 30 jarige openlijke oorlog in Sri Lanka.
Wat is Mullivaikal
De Sri Lankaanse staat heeft in de jaren 2000 zware verliezen geleden in de strijd tegen de LTTE. Op dat moment had de LTTE ongeveer 70% van het noordoosten in handen en de regio Vanni stond volledig onder hun controle. De Sri Lankaanse regering had een adempauze nodig en schakelde Noorwegen in om via diplomatie vrede met de LTTE te bereiken.
Dit leidde tot de ondertekening van het staakt-het-vurenakkoord tussen de Sri Lankaanse regering en de LTTE in maart 2002.
Maar Sri Lanka heeft dit traject niet gebruikt om permanente vrede op te bouwen. In plaats daarvan gebruikte deze adempauze enerzijds om zijn verzwakte leger te heropbouwen met hulp van zo’n twintig landen. Anderzijds werd deze periode benut om de LTTE structureel te vernietigen.
In 2005 kwam Mahinda Rajapaksa aan de macht. Vanaf dat moment begon hij met een openlijk agressieve aanpak. Hij richtte verschillende Tamil-paramilitaire groeperingen op, die werden ingezet om Tamils te vermoorden. De Sri Lankaanse staat voerde dagelijks bombardementen uit op de gebieden waar Tamils geconcentreerd woonden en aan de grens van de regio Vanni. Tamils werden gedwongen voortdurend te vluchten — van het ene dorp naar het andere. Deze week hier, volgende week daar. Tijdens deze tochten verloren velen familieleden, raakten ze van elkaar gescheiden en hun bezittingen moesten ze achterlaten.
Zo verliepen de jaren 2005, 2006 en 2007. Tamilburgers werden in deze jaren vaak gedwongen zich te verplaatsen; sommigen zijn wel twintig keer verdreven of verplaatst.
In 2007 vernietigde Mahinda Rajapaksa het vredesakkoord dat in 2002 was ondertekend door Ranil Wickremesinghe En LTTE.
In 2008 kondigde Mahinda Rajapaksa aan dat alle buitenlandse NGO’s, buitenlandse journalisten en zelfs de Verenigde Naties zich moesten terugtrekken uit de regio Vanni.
Op dat moment verzamelden de Tamils zich voor het VN-kantoor in Vanni. Ze gingen op hun knieën en smeekten de VN om niet te vertrekken en hen niet in de steek te laten.
Toch, onder druk van de Sri Lankaanse staat, trok de VN zich uiteindelijk alsnog terug uit Vanni.
Dat was een zwarte dag voor de Tamils in Vanni. Er was geen enkel internationaal toezicht meer — met andere woorden: de regio was volledig afgesloten van de buitenwereld.
Vanaf dat moment kon Mahinda Rajapaksa doen wat hij wilde. De spanning in de regio was torenhoog.
Vanaf dat moment vocht de LTTE niet langer actief terug en trok zich steeds verder terug. De burgers trokken met hen mee. Het gebied waar zij zich bevonden werd met de dag kleiner. Dag en nacht werd er gebombardeerd, niet alleen strategische doelen, maar ook ziekenhuizen, scholen en tempels. De situatie liep volledig uit de hand.
Voedselvoorraden begonnen op te raken. Met elke dag die voorbijging, kromp het gebied verder in, en namen de problemen voor de burgers alleen maar toe.
Ze kwamen terecht in een klein, afgesloten gebied — aan de ene kant begrensd door zandbanken en de zee, en volledig omsingeld door het Sri Lankaanse troepen.
Onder druk van de internationale gemeenschap stelde de Sri Lankaanse regering twee veiligheidszones in. Uiteindelijk gebruikte Mahinda deze veiligheidszones echter als slagveld.
Ondanks de situatie wist de LTTE haar laatste bolwerk te beschermen, zodat het Sri Lankaanse leger niet kon binnendringen. Begin april 2009 bevonden zich ongeveer 2000 LTTE-strijders in Aanandapuram, waar zij vochten tegen de Sri Lankaanse troepen. De Sri Lankaanse staat heeft op dat moment, met hulp van een buitenlandse alliantie, chemische wapens hebben ingezet om deze 2000 strijders uit te schakelen. Dit leidde tot een onverwacht groot verlies voor de LTTE
De LTTE vocht niet langer en riep op tot vrede en onderhandelingen. Deze berichten bereikten de diaspora, die massaal in actie kwam met demonstraties die dag en nacht doorgingen, vooral in westerse landen. De diaspora riep wereldleiders op om de oorlog te stoppen, maar dat had helaas geen effect.
De diaspora-demonstranten probeerden meer aandacht te trekken door snelwegen te blokkeren, waardoor internationale treinen hebben geblokkeerd niet konden vertrekken. In verschillende westerse landen sommigen diaspora gingen in hongerstaking voor de parlementsgebouwen en hielden dit meer dan twaalf dagen vol. In Tamil Naadu stak een demonstrant zichzelf in brand als symbool van protest. Ondertussen reisde een andere diaspora-activist vanuit Engeland naar het UNHCR-hoofdkantoor in Genève, waar hij ook zichzelf in brand stak voor het gebouw.
In de laatste dagen was de situatie onvoorspelbaar en extreem slecht. Het overgebleven gebied werd steeds kleiner, zoals elke dag gebeurtenis het bombardement en het vuren met multi Barrel rakket onverminderd doorgingen.
Mensen vluchtten door elkaar heen. Mannen, vrouwen en kinderen die nog over waren, raakten van elkaar gescheiden. Overal lagen doden en gewonden, waar je ook keek. Je stapte over het ene lijk na het andere. Je kon je gewonde man niet meenemen — je moest hem achterlaten en afscheid nemen terwijl hij nog leefde.
Een deel van de burgers die eerder gewond waren geraakt of ziek waren en zich in de schuilkelders bevonden, werd overreden door militaire tanks.
De Sri Lankaanse troepen vielen met enorm agressie het laatste bolwerk binnen. Ze slachtten de overgebleven burgers af, evenals de overlevende LTTE-leden die, in overleg met de VN, zich hadden overgegeven en met witte vlaggen naar de Sri Lankaanse troepen liepen. Ook zij werden zonder genade gedood
"Het liep volledig uit de hand: er was geen enkele controle meer. In de laatste 48 uur vielen er meer dan 25.000 doden. We ontvingen de trieste berichten uit Mullivaikal, die het hart van elke Tamil raakten. Aan de andere kant vierden de Sri Lankanen deze valse overwinning.
De Tamils die uit Mullivaikal kwamen, werden gescand: mannen en vrouwen werden van elkaar gescheiden. De LTTE-strijdkrachten werden meegenomen naar verschillende geheime opvangcentra, terwijl de burgers in aparte opvangcentra werden ondergebracht.
In de laatste dagen van de oorlog in 2009 werden 20.000 Tamil-jongeren door hun families overgedragen aan de Sri Lankaanse autoriteiten voor verhoor. Nu, zestien jaar later, is er geen enkel teken dat deze 20.000 Tamils nog in leven zijn; zij zijn doelbewust weggevoerd.

